Categorie archief: emoties

Najaarsblues of telefoonblues?!

De dagen worden korter, de avonden langere. In deze tijd dat de bladeren verkleuren en van de bomen dwarrelen, en je meer binnen zit, kunnen de dagen soms lang en eenzaam zijn. Je hebt het gevoel dat je wordt geleefd. Elke dag sta je meer moe op dan de vorige. Alles voelt zwaar. Het lijkt soms of alles tegen is. Het gemis van mensen die je lief hebt, maar er niet meer zijn, wordt groter. Je werk wordt zwaarder, de zorg voor de kinderen vermoeiender. Je hebt het idee dat je in ene sleur zit, dat alle dagen hetzelfde zijn en dat je constant alleen maar bezig bent met boodschappen, werken, poetsen, kinderen rondrijden en dergelijke.

Je voelt je soms als een herfststorm, wild, ontembaar. Soms vol enthousiasme, soms als een enorme regenbui, soms zo slap als de vallende bladeren De moeheid overvalt je soms. Moe van alles. Je mist de zomer, de zon, de lange avonden. De rust van de vakantie, het niet moeten.

Daar zit het hem in. Waar je in de zomervakantie tijd had, merk je dat je weer in het stramien moet. Niet alleen de kinderen, maar ook jij. Ook jij moet je ritme weer vinden. Het ritme van kinderen naar school, jij naar je werk, koken, boodschappen, sportclubjes en dergelijke. Naast alles wat geregeld moet worden, heb je ook nog je mobile telefoon. Die een deel van je leven bepaalt. Een piepje hier voor een agenda melding, een piepje daar voor een verjaardag, die je niet mag vergeten, dan weer een melding dat er een cadeautje gehaald moet worden. Dan weer een bericht op de sociale media wat je niet mag missen, je boodschappenlijstje staat op de telefoon. Onbewust besteed je het beetje vrije tijd dat je hebt aan de telefoon. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

 

Ik heb van de zomer geprobeerd om minder met de telefoon te doen. dat lukte, tot het najaar werd. Zodra de scholen weer begonnen, merkte ik dat ik weer heel veel met de telefoon in mijn hand zat. Die telefoon zorgt bij mij in ieder geval dat het gevoel van moeten en geleefd worden erger wordt. Dus laat ik mijn telefoon beneden als ik naar bed ga. Als we aan tafel zitten, mogen er geen mobiele telefoons aanwezig zijn en overdag probeer ik die telefoon minder vaak uit mijn tas of zak te halen. Het lukt nog niet altijd even goed, maar ik probeer mijn best te doen.

Ik denk dat op de lange termijn dit ook helpt voor onze puber in huis. Door het goede voorbeeld te geven, zal hij ook leren dat het moeten minder is. Ook aan hem zie ik nu al dat 999 appjes niet genegeerd mogen worden en dat hij het idee heeft dat hij op alles moet reageren en dat alle nieuwste spelletjes en apps geprobeerd moeten worden. Aan de nadere kant zie je ook dat hij nergens op reageert, omdat hij niet zo goed weet hoe het moet of bang is iets verkeerd te zeggen. Constant op je hoede zijn, want anders maakt iemand een foto van je of een filmpje wat dan gedeeld wordt. Vloggers die je moet volgen en die dingen doen en gebruiken die jij ook moet doen, games die gespeeld moeten worden. Wij vinden dat we veel moeten, maar onze jeugd moet echt veel. Naast al het huiswerk, naar school gaan, sporten moeten ze ook nog hun telefoon bijhouden. Je ozu er moe van worden

Advertenties

Durf jij?

Ooit iets gedaan, waarvan je later denkt, Nee?! Ooit iets gedaan, wat je niet durft, maar als je het dan toch doet? Het gevoel wat je daarna krijgt als je het toch doet…..onbeschrijfbaar. Compleet uit je comfortzone stappen door iets te doen, wat je niet verwacht van jezelf. Je eigen veiligheid overboord gooien en de sprong wagen? Dat heb ik gedaan.

Het was witte donderdag. Op het terrein van Paaspop waren we voor een congres. We kregen een masterclass van Leon van der Zanden, die cabaretier inderdaad. De masterclass ging over in je kracht staan. Hoe je een groep echt kan raken, contact maken met de groep op een echte manier. Je leert eerst hoe het is om je kwetsbaar te voelen voor een groep en daarna maak  je echt contact met die groep en sta je in je kracht.

De theatertent was redelijk gevuld. Zo’n 450 mensen zaten er. De andere 450 waren bezig met workshops. Leon vroeg vrijwilligers om op het podium te komen. Na zijn vraag werd het stil. Niemand kwam. Hij herhaalde zijn vraag.
Op dat moment dacht ik, “Ach het is ook zo vervelend voor hem als er niemand komt, dus laat ik dan maar gaan”. Met mij waren er nog twee die het durfden. Dus wij naar het podium. De trap op en daar stonden we. Hij gaf me een hand en ik stelde me voor. Net als de rest. Ik mocht als eerste. Een beetje ongemakkelijk maakte ik een flauw grapje toen hij vroeg of ik ooit voor zo’n grote groep had gestaan. Ik ze:”voor nog veel grotere”. Niet helemaal gelogen, maar goed.
Leon stelde mij de vraag, waar hou jij van. Terwijl ik die vraag ging beantwoorden, was het de bedoeling dat ik contact maakte met de groep,  maar ik moest me wel kwetsbaar opstellen. Ik vertelde dat ik heel veel van mijn kinderen en mijn man houd, maar dat ik ook heel veel houd van mijn baan als kinder-en jongerencoach, waar ik kinderen hun Twinkel geef. Met die twinkel bedoel ik dan je zelfvertrouwen. Ik praatte makkelijk en vlot. Maakte wel wat contact met de zaal. Toen ik klaar was. Gaf Leon aan dat het goed was,maar dat hij nog iets miste. Hij zag nog wat spanning tussen mijn knieën en enkels. Wat zorgde er nu voor dat dit was waar ik zo van hield?
Ik begreep wat hij bedoelde. Er is altijd een bepaalde veiligheid in dit verhaal. Een stukje waarom ik dit doe, deel ik niet makkelijk. Dat stukje van mezelf is niet voor iedereen, maar dat stukje was nodig om echt contact te maken. Ik moest me kwetsbaar opstellen. Dus daar op dat podium deelde ik mijn verhaal.
Dat ik op mijn zevende mijn vader verloor, op mijn elfde mijn moeder en dat ik een wees werd. Wees zijn is niet goed voor je zelfvertrouwen, zeker niet als je veiligheid daarna compleet weg is en mensen je vertrouwen keer op keer beschamen. Dat is de reden dat ik dit werk doe. Omdat elk kind dat stukje verdient. Die twinkel, dat jij er mag zijn, om wie je bent. Dat je blij bent met wie je bent.
Het was duidelijk dat ik contact maakte met de zaal. Het applaus was verwarmend. Ik mocht gaan zitten. Later die dag spraken mensen me aan, vertelden me dat ik dapper was. dat ik ze geraakt had, dat ze en traantje weg moesten pinken. Ik voelde me een beetje ongemakkelijk. was het nou wel zo verstandig geweest dit te delen met deze mensen? Maar ik voelde me ook krachtiger. Je kwetsbaar opstellen vraagt moed, kracht, meer kracht dan het verbergen of je sterker voordoen dan je bent. Dat is wat ik geleerd heb en  ik durfde. Durf jij?soms-moet-je-gewoon-dapper-zijn

Wordt het makkelijker?

‘”Mam, wordt het makkelijker?”
“Wat, wordt makkelijker?”
“Nou het gemis, als je iemand verliest?”
“Nee, het wordt niet makkelijker”, antwoord ik, terwijl ik denk; Je leert het alleen een plekje te geven, maar soms komt het weer terug en slaat het in je gezicht. rukt het je hart uit je lijf en neemt die leegte bezit van je.  Dan is het verdriet gewoon weer heel erg aanwezig. Zonder dat je er iets aan kan doen.

Hij kijkt me aan en even is het alsof hij dwars door me heen kijkt, alsof hij weet wat ik net dacht. “Mam, heel heel soms zie je er zo verdrietig uit, zie ik zoveel pijn in je ogen. Dan zou ik dat zo graag weg willen halen.”
Ik kijk hem aan, weet even niet wat ik moet zeggen. Hij kan zulke treffende vragen stellen. Maar niet altijd wil ik antwoord geven, omdat het mijn verdriet is, mijn pijn. Niet die van hem.

Ik geef hem een knuffel. Ga naast hem zitten. Kijk hem aan en zeg:”Lieverd soms ben ik verdrietig, dan mis ik ze gewoon heel erg. Omdat ik ze zo graag over jou en je broertje zou willen vertellen, omdat ik zo graag zou willen dat ze dingen met jullie zouden doen, omdat ik zou willen weten hoe ze er nu uitzien, omdat ik zoveel nog wil vragen, zeggen. Maar weet je? Als ik naar jou kijk en naar je broertje, dan zie ik de ogen van mijn moeder, de wijsheid van mijn vader, de humor van mijn vader, het creatieve van mijn mama,  de ondernemersgeest van mijn papa. Zij leven verder in mij, in jullie en zolang we over ze praten, hebben ze bestaan, wordt er van ze gehouden. Niet over hen praten, zou betekenen dat ze er nooit geweest zijn, en dat is niet zo.  Dat het verkeerd is dat ik ze mis en dat is niet zo. Verdriet is niet verkeerd, het mag er zijn, op de achtergrond en soms op de voorgrond. Dus soms zie je verdriet in mijn ogen, de pijn en het gemis in mijn hart, maar weet ook dat dat allemaal liefde is, liefde voor hen, voor jou, je broertje, liefde voor wat ooit was en nu is. ”

Hij knikt, een traan over zijn wang en die van mij.

 

Wat is jouw grens?


Een regelmatig terugkerend onderdeel bij veel sessies is het aangeven van je grenzen. Hoe doe je dat? Veel kinderen, jongeren maar zeker ook ouders vinden dat moeilijk. En als een ouder dit al moeilijk vindt, hoe moeilijk is het dan voor het kind? Maar wat is een grens? Wat is jouw grens? Hoe herken je jouw grens? 

Bij kinderen en jongeren komen we al snel tot het antwoord; een lijn tussen twee landen of een lijn tussen twee provincies. Een lijn die  je niet altijd kan zien. Op de vraag:”Heb jij ook een grens?”, kijken ze meestal even bedenkelijk. Sommigen zeggen aarzelend ja of ik weet het niet.

Met bedrukt schilderstape plak ik een streep op de vloer. “Dit is jouw grens”, zeg ik dan. Ze lopen meteen naar de lijn. Als ik vervolg met: “Jij mag over deze grens, maar ik niet.”Zie je dat sommige bedenkelijk kijken en een stap naar achteren doen. Anderen gaan met armen over elkaar staan of in vechthouding van kom maar op. En je hebt ook een groep dat het liefst meteen al weg wil lopen en aarzelend zegt:”Van mij mag je er wel overheen hoor”.samen-ster

Vluchten, vechten of blijven staan. Dat zijn de reacties die je krijgt te zien in al zijn gradaties. Zeker als ik echt probeer over de lijn te stappen zie je deze reacties nog sterker tevoorschijn komen.

Na deze confrontatie met een harde grens, een zichtbare grens. Laat ik ze ervaren wat een grens voelen is, een onzichtbare grens. Allebei staan we aan een kant in de ruimte en lopen langzaam op elkaar af. Zodra je vindt dat het goed is stop je. de ander (in dit geval ik) loopt door tot het kind of jongere stop zegt. dan vraag i stap naar voren of naar achteren? Ik doe wat het kind vraagt. Ik geef met het afplaktape aan wat de afstand is tussen ons twee. Daarna doen we dezelfde oefening maar zodra het kind of de jongere stopt met lopen, sluit hij zijn ogen. Hij geeft aan wanneer het fijn voelt en niet meer fijn. dan vraag ik weer stap naar voren of achteren en voer dat uit. Ook die afstand maak ik zichtbaar met afplaktape. Als laatste laat ik het kind deze oefening met een van de ouders doen. Eerst met de ogen open, dan met de ogen dicht en daarna wisselen we van rol. de ouder zegt stop. Op die manier leert het kind dat iedereen zijn of haar eigen grens heeft. Zodra iemand over die grens gaat voel je dat, ook met je ogen dicht.

Deze ruimte maken we zichtbaar met een cirkel die het kind om zich heen legt met behulp van touw. Dit is de ruimte van het kind. de ruimte waar hij zich lekker voelt, waar het veilig is. Deze ruimte is van hem. Hij bepaalt wat daar gebeurt. Wie deze ruimte mag betreden of niet. Of dat nu echt betreden is of door te schreeuwen of op een andere manier is.

Het kind of jongere gaat in de cirkel van touw staan. stevig staan. In de cirkel kan je veilig ademen in en uit. Zodra het kind goed stevig staat en ontspannen is. Beweeg ik met mijn voet of hand het touw naar binnen en let op de reactie. Als het kan zet ik een stap in de cirkel en let dan weer op de reactie. De reactie bespreken we. wat ging goed? Wat zou je willen leren? Dat gaan we oefenen.

De grens tussen ouder en kind kan je duidelijk maken met een lijn van afplaktape of twee touwcirkels waar ouder en kind in gaan staan. Wat gebeurt er als kind in de cirkel  of over grens van ouder heen stapt en andersom. Vaak zie je het spreekwoordelijke lampje gaan branden als ze voelen hoe dat is. Nog nooit zijn ze zich zo bewust geweest van het feit dat je over iemand zijn spreekwoordelijke lijn gaat en hoe dat voelt voor jezelf, maar ook voor die ander.

Ook in een klas kan je dit ook heel mooi zichtbaar maken als er kinderen last hebben van elkaar. Wat is iedereen zijn of haar grens? Door te voelen en ervaren wordt het begrip voor elkaars grens groter.  Maar ook je eigen grenzen leer je beter te begrijpen en te voelen. Grenzen worden bepaald door je gevoel en het is belangrijk dat je daar naar luistert. Ga maar eens op zoek wat jouw grens is en hoe jij deze bewaakt. Ik hoor het graag.

 

 

 

Laat het gaan!

Het liedje “Laat het gaan” hebben we vaak genoeg gehoord. Maar de boodschap klopt wel. Soms gaan dingen niet zoals je van tevoren bedacht had. Zitten dingen tegen en daar kan je verdrietig of boos om worden. Soms is het goed om dingen te laten gaan. Het los te laten. Blijf er niet in hangen, maar laat het gaan. Soms gaan dingen zoals ze gaan en kan je er geen invloed op uit oefenen. Dat kan voor frustratie zorgen, zeker ook bij kinderen. Door het los te laten kan je verder en blijf je niet in het gevoel hangen.

Dit kan op verschillende manieren. Ga eens bellen blazen. Op die manier blaas je letterlijk al die niet helpende gedachten weg.

Schrijf je gevoelens op een ballon of op een vlieger en laat de ballonnen of vlieger de lucht in.

Teken ballonnen of een vlieger. Laat het kind daar de dingen in schrijven of tekenen, waardoor ze boosheid of frustratie voelen. Laat de ballonnen of vlieger de lucht in gaan, door ze weg te gooien of te verbranden.

Leg uit dat loslaten of laat het gaan niet betekent dat ze deze gevoelens moeten negeren. Dat is iets anders. Je gevoelens hoef je niet te negeren. Je gevoel mag er zijn. Het gaat er om dat je naar dat gevoel mag kijken, zonder dat dat gevoel jouw gedrag bepaalt. Je hoeft niet boos te worden dat dat gevoel er is. Het gevoel bepaalt ook niet hoe jij doet. Dat gevoel is niet de baas over jou. Jij bent de baas over jouw gevoel. Maar soms is het goed om die gevoelens van boosheid en frustratie te laten gaan, ze los te laten, zodat jij je beter gaat voelen. Het is jouw keuze.

Oefening: Wees als een vijver!

Deze oefening kan je doen om kinderen zonder oordeel naar hun gevoelens en emoties te laten kijken. Dit verhaal is een vertaling van een verhaal van pagina 13 en 14 van de 100 Hours Foundation website.

Sluit je ogen. Adem diep in… en uit. Ga rustig zitten. Adem nog eens diep in en uit….

Stel je voor dat jij een vijver bent waar heel veel verschillende vissen zwemmen. Je hoeft niets te doen. Je kijkt alleen naar al die vissen die in jouw vijver zwemmen. Je hebt een denkende vis, een vrolijke vis, een boze vis, een verdrietige vis, een slaperige vis, een bange vis, een verliefde vis, een enthousiaste vis en nog veel meer vissen.

Jouw taak is alleen de vijver zijn en te kijken naar al die verschillende soorten vissen. Je hoeft niets te doen met deze vissen, alleen maar naar ze te kijken. Te kijken of je kan ontdekken wat voor vis het is.  Kijk maar eens welke vissen je voorbij ziet komen.

Blijf maar eens even kijken naar al die vissen. Hoe zien ze eruit? Welke vis zou dit zijn? Welke vis zwemt er nu voorbij?

Na een paar minuten laat je de ogen weer opendoen.

Welke vissen heb je gezien? Was het moeilijk om naar de vissen te kijken? Was het moeilijk om sommige vissen weg te laten zwemmen?

Gebruik de kleurplaat Wees als een vijver en laat het kind naar de vissen kijken en deze eventueel kleuren als hij/ zij dat wil. Ondertussen bespreek je de vissen. Wat denk je dat elke vis voelt? Elk antwoord is goed. Vragen die je kunt stellen zijn:

  • Wat zorgt ervoor dat deze vis zich zo voelt?
  • Hoe voel jij je als je (boos, bang, verdrietig, blij, etc) bent
  • Aan welke kleur denk je bij dat gevoel?

Als het kind klaar is met kleuren, kan je vragen of hij of zij weet wat het betekent om de vijver te zijn. Al dat water dat in de vijver zit zorgt ervoor dat al deze vissen kunnen zwemmen en leven. Soms vergeet je dat je de vijver bent en denk je dat jij de boze vis bent. Dat is niet zo. Je bent niet wat je voelt.

Dat water lijkt een beetje op jouw hoofd waar allerlei gedachten in voorkomen met allerlei gevoelens en emoties. Al die gedachten en gevoelens mogen er zijn. Ze mogen voorbij zwemmen in je hoofd. Dat wil niet zeggen dat je er iets mee moet doen. Jij bent niet de emotie.