Categorie archief: positief

Twinkel Reisdagboek

De zomer komt er aan en wat is er dan leuker dan een Reisdagboek bijhouden van je belevenissen. Met ruimte voor:

  • Datum
  • Je top drie van die dag
  • Het weer
  • en ruimte om je belevenissen op te schrijven.

Veel plezier!

 

Reisdagboek

Advertenties

Stap voor stap

Soms is het moeilijk om een eerste stap te zetten. Je maakt plannen, je wil iets veranderen, maar hoe? Het doen blijft soms een lastige. Soms blijft het bij alleen maar de gedachte dat je het wilt veranderen. Soms bedenk je hoe je het kan doen, maar daar blijft het bij. Met deze oefening lukt het je.

Stel je wil bepaald gedrag veranderen. Dat kan!. Je tekent voetstappen op papier en knipt ze uit. Bedenk welk gedrag je wilt veranderen en hoe je dat doet. Elke voetstap is een stap. Leg de uitgeknipte voetstappen op de grond. Ga aan het begin staan en zet de eerste stap. Spreek bij elke voetstap uit wat je gaat doen.   Maak het zo concreet mogelijk.

Stel dat je geduldiger wil zijn en niet mer zo snel wil mopperen. Dan kan een eerste stap zijn: ik haal diep adem. Adem in, adem uit. Stap 2: ik herhaal stap 1 zo lang als nodig, net zo lang tot ik me rustig voel.  Stap 3 : Ik vraag me af wat de behoefte van mijn kind is.

Stap 4:Ik zak door mijn knieën en kijk mijn kind aan. Ik benoem zijn behoefte. Stap 5: Daarna benoem ik welk gedrag ik wel wil zien.

Hoe voelt dat?

Door bepaalde veranderingen of doelen in kleine stapjes te verdelen en deze uit te voeren, lukt het je om je einddoel te halen. Probeer het maar eens!vandaag-zet-ik-de-eerste-stap

Nieuw jaar, nieuwe twinkels

Een nieuw jaar, nieuwe voornemens, nieuwe ronde, nieuwe kansen. Waarom hebben we allemaal  de behoefte aan opnieuw beginnen, een nieuwe start maken. Waarom is het zo fijn om opnieuw te beginnen, met een schone lei?

Ik heb niet zo veel met oud en nieuw. Om eerlijk te zijn vind ik oudjaar een van de langste avonden van het jaar. Ook nieuwjaarsdag heeft niet veel charme voor me, maar toch ergens kriebelt het. Als ik op 1 januari de kerstboom uit de woonkamer verwijder, samen met alle kerstversieringen, krijg ik de kriebels. De opruimkriebels en krijg ik de neiging om alles op te ruimen. Maak ik to-do lijstjes in mijn nieuwe agenda, met alle dingen die ik dit jaar echt wil doen en het liefst allemaal in januari. Zet ik de ramen open om letterlijk een frisse wind door het huis te laten waaien.

Elk jaar is het weer heerlijk om in januari het huis te poetsen, op te ruimen, kerstspullen weg te halen, kerstboom er uit, frisse wind door het huis te laten waaien, fotoalbums van het afgelopen jaar te maken, administratie af te sluiten en weer een nieuwe map voor het nieuwe jaar te maken en een grote bos lentebloemen in huis te halen.

Januari betekent weer een jaartje ouder, aangezien ik in die maand jarig ben,maar ook dat in de verte de lente er weer aan komt. Je weer plannen kan maken voor het voorjaar en de zomer. Ik ben niet anders dan anderen, ook ik wil graag weer opnieuw beginnen, dingen veranderen, verbeteren, meer genieten, geduldiger zijn, meer tijd voor mezelf nemen, liever zijn voor mezelf, minder moeten. Een nieuw jaar geeft je die heerlijk eerste lege pagina van een nieuwe agenda, een leeg schrift een ongelezen boek. Het is aan jou om die te vullen met allerlei twinkels.

Oefening: Klop je wakker

Soms heb je van die dagen dat je het liefst in je bed blijft liggen. Het dekbed omhoog trekken, je omdraaien en weer in slaap vallen, omdat je zo moeeeeee bent. Nu het weer herfst is, de d589-sprong-samen-kinderen-1920-fotos-voor-therapeutenagen korter zijn, kan jij, maar ook je kind, soms een tekort aan energie hebben. Tijdens deze donkere dagen, kan je soms moe zijn.

Deze oefening kan jou en je kind dan helpen. Je gaat jezelf letterlijk wakker kloppen.

Voor je begint:

  • Ga lekker staan
  • Houd je vuisten en handen ontspannen.
  • Wrijf voor je begint je handen warm.
  1.  Armen
    Maak van je rechterhand een losse vuist.  Klop met die vuist op de binnenkant van je linkerarm. Vanaf je oksel naar beneden naar je pols. Dan klop je weer omhoog langs de buitenkant van je arm tot aan je schouder. Dit doe je 7 keer en dan wissel je van arm.
  2. Geef jezelf een schouderklopje
    Klop met je rechterhand op je linkerschouder. Doe dit ook 7 keer en wissel van arm.
  3. Ontspan je nek.
    Leg je handpalmen in je nek en masseer met je vingers in cirkels je hele nek vna boven naar beneden.
  4. Voel de regen op je hoofd
    Klop met je vingertoppen op je hele hoofd. Begin in het midden en ga van boven naar beneden langs de zijkant van je hoofd. Alsof er een heleboel regendruppels op je hoofd vallen.
  5. Oren
    Masseer  met je duim en wijsvinger de randen van je oren van boven naar beneden. Als je beneden bent , trek je zachtjes even aan je oor.
  6. Gezicht wassen
    Wrijf met allebei je handen over je hele gezicht. Doe dit in cirkeltjes.
  7. Net als een aap
    Klop als een gorilla op je borst. Klopt met twee losse vuisten op je hele borst.
  8. Hongerig buikje
    Klop met losse vuisten op je buik. doe dit in cirkels, met de klok mee. Doe dit 3 keer.
  9.  Wiebelbillenboogie
    Klop nu 7 keer met allebei je vuisten op je billen.
  10. Wiebelknieën
    Zet je handen als kommetjes op je knieën  en draai cirkels met je handen. Dit doe je 7 keer.
  11.  Klopbenen
    Klop met je vuisten op allebei je benen. Vanaf de binnenkant van je benen van je voeten omhoog en weer terug via de buitenkant van je benen. Die doe je 1 keer.
  12. Voetjes van de vloer
    Klop op de onderkant van je rechtervoet met je vuist van je tenen naar je hiel. Doe daarna je linkervoet.

Ben je wakker?

Wat is jouw grens?


Een regelmatig terugkerend onderdeel bij veel sessies is het aangeven van je grenzen. Hoe doe je dat? Veel kinderen, jongeren maar zeker ook ouders vinden dat moeilijk. En als een ouder dit al moeilijk vindt, hoe moeilijk is het dan voor het kind? Maar wat is een grens? Wat is jouw grens? Hoe herken je jouw grens? 

Bij kinderen en jongeren komen we al snel tot het antwoord; een lijn tussen twee landen of een lijn tussen twee provincies. Een lijn die  je niet altijd kan zien. Op de vraag:”Heb jij ook een grens?”, kijken ze meestal even bedenkelijk. Sommigen zeggen aarzelend ja of ik weet het niet.

Met bedrukt schilderstape plak ik een streep op de vloer. “Dit is jouw grens”, zeg ik dan. Ze lopen meteen naar de lijn. Als ik vervolg met: “Jij mag over deze grens, maar ik niet.”Zie je dat sommige bedenkelijk kijken en een stap naar achteren doen. Anderen gaan met armen over elkaar staan of in vechthouding van kom maar op. En je hebt ook een groep dat het liefst meteen al weg wil lopen en aarzelend zegt:”Van mij mag je er wel overheen hoor”.samen-ster

Vluchten, vechten of blijven staan. Dat zijn de reacties die je krijgt te zien in al zijn gradaties. Zeker als ik echt probeer over de lijn te stappen zie je deze reacties nog sterker tevoorschijn komen.

Na deze confrontatie met een harde grens, een zichtbare grens. Laat ik ze ervaren wat een grens voelen is, een onzichtbare grens. Allebei staan we aan een kant in de ruimte en lopen langzaam op elkaar af. Zodra je vindt dat het goed is stop je. de ander (in dit geval ik) loopt door tot het kind of jongere stop zegt. dan vraag i stap naar voren of naar achteren? Ik doe wat het kind vraagt. Ik geef met het afplaktape aan wat de afstand is tussen ons twee. Daarna doen we dezelfde oefening maar zodra het kind of de jongere stopt met lopen, sluit hij zijn ogen. Hij geeft aan wanneer het fijn voelt en niet meer fijn. dan vraag ik weer stap naar voren of achteren en voer dat uit. Ook die afstand maak ik zichtbaar met afplaktape. Als laatste laat ik het kind deze oefening met een van de ouders doen. Eerst met de ogen open, dan met de ogen dicht en daarna wisselen we van rol. de ouder zegt stop. Op die manier leert het kind dat iedereen zijn of haar eigen grens heeft. Zodra iemand over die grens gaat voel je dat, ook met je ogen dicht.

Deze ruimte maken we zichtbaar met een cirkel die het kind om zich heen legt met behulp van touw. Dit is de ruimte van het kind. de ruimte waar hij zich lekker voelt, waar het veilig is. Deze ruimte is van hem. Hij bepaalt wat daar gebeurt. Wie deze ruimte mag betreden of niet. Of dat nu echt betreden is of door te schreeuwen of op een andere manier is.

Het kind of jongere gaat in de cirkel van touw staan. stevig staan. In de cirkel kan je veilig ademen in en uit. Zodra het kind goed stevig staat en ontspannen is. Beweeg ik met mijn voet of hand het touw naar binnen en let op de reactie. Als het kan zet ik een stap in de cirkel en let dan weer op de reactie. De reactie bespreken we. wat ging goed? Wat zou je willen leren? Dat gaan we oefenen.

De grens tussen ouder en kind kan je duidelijk maken met een lijn van afplaktape of twee touwcirkels waar ouder en kind in gaan staan. Wat gebeurt er als kind in de cirkel  of over grens van ouder heen stapt en andersom. Vaak zie je het spreekwoordelijke lampje gaan branden als ze voelen hoe dat is. Nog nooit zijn ze zich zo bewust geweest van het feit dat je over iemand zijn spreekwoordelijke lijn gaat en hoe dat voelt voor jezelf, maar ook voor die ander.

Ook in een klas kan je dit ook heel mooi zichtbaar maken als er kinderen last hebben van elkaar. Wat is iedereen zijn of haar grens? Door te voelen en ervaren wordt het begrip voor elkaars grens groter.  Maar ook je eigen grenzen leer je beter te begrijpen en te voelen. Grenzen worden bepaald door je gevoel en het is belangrijk dat je daar naar luistert. Ga maar eens op zoek wat jouw grens is en hoe jij deze bewaakt. Ik hoor het graag.

 

 

 

Laat het gaan!

Het liedje “Laat het gaan” hebben we vaak genoeg gehoord. Maar de boodschap klopt wel. Soms gaan dingen niet zoals je van tevoren bedacht had. Zitten dingen tegen en daar kan je verdrietig of boos om worden. Soms is het goed om dingen te laten gaan. Het los te laten. Blijf er niet in hangen, maar laat het gaan. Soms gaan dingen zoals ze gaan en kan je er geen invloed op uit oefenen. Dat kan voor frustratie zorgen, zeker ook bij kinderen. Door het los te laten kan je verder en blijf je niet in het gevoel hangen.

Dit kan op verschillende manieren. Ga eens bellen blazen. Op die manier blaas je letterlijk al die niet helpende gedachten weg.

Schrijf je gevoelens op een ballon of op een vlieger en laat de ballonnen of vlieger de lucht in.

Teken ballonnen of een vlieger. Laat het kind daar de dingen in schrijven of tekenen, waardoor ze boosheid of frustratie voelen. Laat de ballonnen of vlieger de lucht in gaan, door ze weg te gooien of te verbranden.

Leg uit dat loslaten of laat het gaan niet betekent dat ze deze gevoelens moeten negeren. Dat is iets anders. Je gevoelens hoef je niet te negeren. Je gevoel mag er zijn. Het gaat er om dat je naar dat gevoel mag kijken, zonder dat dat gevoel jouw gedrag bepaalt. Je hoeft niet boos te worden dat dat gevoel er is. Het gevoel bepaalt ook niet hoe jij doet. Dat gevoel is niet de baas over jou. Jij bent de baas over jouw gevoel. Maar soms is het goed om die gevoelens van boosheid en frustratie te laten gaan, ze los te laten, zodat jij je beter gaat voelen. Het is jouw keuze.

Oefening: Wees als een vijver!

Deze oefening kan je doen om kinderen zonder oordeel naar hun gevoelens en emoties te laten kijken. Dit verhaal is een vertaling van een verhaal van pagina 13 en 14 van de 100 Hours Foundation website.

Sluit je ogen. Adem diep in… en uit. Ga rustig zitten. Adem nog eens diep in en uit….

Stel je voor dat jij een vijver bent waar heel veel verschillende vissen zwemmen. Je hoeft niets te doen. Je kijkt alleen naar al die vissen die in jouw vijver zwemmen. Je hebt een denkende vis, een vrolijke vis, een boze vis, een verdrietige vis, een slaperige vis, een bange vis, een verliefde vis, een enthousiaste vis en nog veel meer vissen.

Jouw taak is alleen de vijver zijn en te kijken naar al die verschillende soorten vissen. Je hoeft niets te doen met deze vissen, alleen maar naar ze te kijken. Te kijken of je kan ontdekken wat voor vis het is.  Kijk maar eens welke vissen je voorbij ziet komen.

Blijf maar eens even kijken naar al die vissen. Hoe zien ze eruit? Welke vis zou dit zijn? Welke vis zwemt er nu voorbij?

Na een paar minuten laat je de ogen weer opendoen.

Welke vissen heb je gezien? Was het moeilijk om naar de vissen te kijken? Was het moeilijk om sommige vissen weg te laten zwemmen?

Gebruik de kleurplaat Wees als een vijver en laat het kind naar de vissen kijken en deze eventueel kleuren als hij/ zij dat wil. Ondertussen bespreek je de vissen. Wat denk je dat elke vis voelt? Elk antwoord is goed. Vragen die je kunt stellen zijn:

  • Wat zorgt ervoor dat deze vis zich zo voelt?
  • Hoe voel jij je als je (boos, bang, verdrietig, blij, etc) bent
  • Aan welke kleur denk je bij dat gevoel?

Als het kind klaar is met kleuren, kan je vragen of hij of zij weet wat het betekent om de vijver te zijn. Al dat water dat in de vijver zit zorgt ervoor dat al deze vissen kunnen zwemmen en leven. Soms vergeet je dat je de vijver bent en denk je dat jij de boze vis bent. Dat is niet zo. Je bent niet wat je voelt.

Dat water lijkt een beetje op jouw hoofd waar allerlei gedachten in voorkomen met allerlei gevoelens en emoties. Al die gedachten en gevoelens mogen er zijn. Ze mogen voorbij zwemmen in je hoofd. Dat wil niet zeggen dat je er iets mee moet doen. Jij bent niet de emotie.