Tagarchief: puber

Wat is jouw grens?


Een regelmatig terugkerend onderdeel bij veel sessies is het aangeven van je grenzen. Hoe doe je dat? Veel kinderen, jongeren maar zeker ook ouders vinden dat moeilijk. En als een ouder dit al moeilijk vindt, hoe moeilijk is het dan voor het kind? Maar wat is een grens? Wat is jouw grens? Hoe herken je jouw grens? 

Bij kinderen en jongeren komen we al snel tot het antwoord; een lijn tussen twee landen of een lijn tussen twee provincies. Een lijn die  je niet altijd kan zien. Op de vraag:”Heb jij ook een grens?”, kijken ze meestal even bedenkelijk. Sommigen zeggen aarzelend ja of ik weet het niet.

Met bedrukt schilderstape plak ik een streep op de vloer. “Dit is jouw grens”, zeg ik dan. Ze lopen meteen naar de lijn. Als ik vervolg met: “Jij mag over deze grens, maar ik niet.”Zie je dat sommige bedenkelijk kijken en een stap naar achteren doen. Anderen gaan met armen over elkaar staan of in vechthouding van kom maar op. En je hebt ook een groep dat het liefst meteen al weg wil lopen en aarzelend zegt:”Van mij mag je er wel overheen hoor”.samen-ster

Vluchten, vechten of blijven staan. Dat zijn de reacties die je krijgt te zien in al zijn gradaties. Zeker als ik echt probeer over de lijn te stappen zie je deze reacties nog sterker tevoorschijn komen.

Na deze confrontatie met een harde grens, een zichtbare grens. Laat ik ze ervaren wat een grens voelen is, een onzichtbare grens. Allebei staan we aan een kant in de ruimte en lopen langzaam op elkaar af. Zodra je vindt dat het goed is stop je. de ander (in dit geval ik) loopt door tot het kind of jongere stop zegt. dan vraag i stap naar voren of naar achteren? Ik doe wat het kind vraagt. Ik geef met het afplaktape aan wat de afstand is tussen ons twee. Daarna doen we dezelfde oefening maar zodra het kind of de jongere stopt met lopen, sluit hij zijn ogen. Hij geeft aan wanneer het fijn voelt en niet meer fijn. dan vraag ik weer stap naar voren of achteren en voer dat uit. Ook die afstand maak ik zichtbaar met afplaktape. Als laatste laat ik het kind deze oefening met een van de ouders doen. Eerst met de ogen open, dan met de ogen dicht en daarna wisselen we van rol. de ouder zegt stop. Op die manier leert het kind dat iedereen zijn of haar eigen grens heeft. Zodra iemand over die grens gaat voel je dat, ook met je ogen dicht.

Deze ruimte maken we zichtbaar met een cirkel die het kind om zich heen legt met behulp van touw. Dit is de ruimte van het kind. de ruimte waar hij zich lekker voelt, waar het veilig is. Deze ruimte is van hem. Hij bepaalt wat daar gebeurt. Wie deze ruimte mag betreden of niet. Of dat nu echt betreden is of door te schreeuwen of op een andere manier is.

Het kind of jongere gaat in de cirkel van touw staan. stevig staan. In de cirkel kan je veilig ademen in en uit. Zodra het kind goed stevig staat en ontspannen is. Beweeg ik met mijn voet of hand het touw naar binnen en let op de reactie. Als het kan zet ik een stap in de cirkel en let dan weer op de reactie. De reactie bespreken we. wat ging goed? Wat zou je willen leren? Dat gaan we oefenen.

De grens tussen ouder en kind kan je duidelijk maken met een lijn van afplaktape of twee touwcirkels waar ouder en kind in gaan staan. Wat gebeurt er als kind in de cirkel  of over grens van ouder heen stapt en andersom. Vaak zie je het spreekwoordelijke lampje gaan branden als ze voelen hoe dat is. Nog nooit zijn ze zich zo bewust geweest van het feit dat je over iemand zijn spreekwoordelijke lijn gaat en hoe dat voelt voor jezelf, maar ook voor die ander.

Ook in een klas kan je dit ook heel mooi zichtbaar maken als er kinderen last hebben van elkaar. Wat is iedereen zijn of haar grens? Door te voelen en ervaren wordt het begrip voor elkaars grens groter.  Maar ook je eigen grenzen leer je beter te begrijpen en te voelen. Grenzen worden bepaald door je gevoel en het is belangrijk dat je daar naar luistert. Ga maar eens op zoek wat jouw grens is en hoe jij deze bewaakt. Ik hoor het graag.

 

 

 

Advertenties

Papa is dood

Zeven jaar oud was ze toen ze nietsvermoedend naar beneden liep. Niet wetende dat zodra ze de deur van de woonkamer binnen ging haar leven voor altijd  veranderd zou zijn. De zon danste door haar haren terwijl ze de trap afdaalde. Misschien zong ze wel een liedje. Ze wist het niet meer. Het was een mooie zonnige dag in april.  Het was weekend, dus ze moest niet naar school. Een heerlijke dag om vrij te zijn.

Ze opende de deur. Daar zaten haar zussen met een tante op de bank. Ze voelde een kriebel door haar lijf gaan. “Waar zijn mama of papa”, vroeg ze? Haar zussen keken om en zeiden dat papa en mama boodschappen aan het doen waren en dat tante er was om even op hun te passen. Het meisje vond het vreemd. Het klopte niet. Als mama boodschappen deed,  kwam er nooit een tante. Die kriebelende tintel bleef. Het onbestemde gevoel dat er iets niet klopt, dat mensen om je heen niet eerlijk zijn.

De deur ging opeens open. Mama kwam binnen met een oom. Een andere dan die bij deze tante hoorde. deze oom was de broer van haar papa. Het meisje kreeg het koud. De zon scheen opeens niet meer. Ze keek haar moeder vragend aan, maar durfde haar vraag niet uit te spreken. dus zei ze:”Waarom is oom hier nu?”

Haar moeder kwam naar haar toe, gaf haar een hand en zei:”Kom even mee, ik moet even met je praten.”Samen gingen ze op het grote bed zitten van papa en mama. Het meisje wist wat ging komen. nog voor haar moeder de woorden echt uitsprak; “Papa is dood”.

Het meisje stond op, ging weer zitten. Haar moeder sloeg haar armen om haar heen en wilde haar troosten. Het meisje voelde een eenzame traan over haar wang biggelen en die veegde ze boos weg. “Niet huilen” dacht ze. ze voelde pijn in haar borst. Alsof ze geen adem kon halen en er een stuk uit haar lijf gehaald werd. Haar keel deed pijn. Ze werd door en door koud, alsof ze het nooit meer warm zou krijgen. Terwijl ze steeds dacht”niet huilen, niet huilen”.  Ze stond op en liep de kamer uit. Ze ging spelen.

’s Ochtends wakker worden als kind  en dan horen dat je vader er niet meer is. Dat die heel onverwachts ’s nachts is overleden, is voor een kind heel moeilijk te bevatten. Zeker als je zoals dit meisje geen afscheid hebt kunnen nemen en je je vader ook niet meer hebt gezien en je ook niet mee mocht naar de begrafenis of crematie. Dat kan bij een kind voor problemen zorgen in de rouwverwerking. De dood is onderdeel van het leven. Hoe graag we onze kinderen ook willen beschermen tegen verdriet en pijn. Het is goed om ze te leren dat bij het leven ook de dood hoort. Hoe kinderen met rouw omgaan, is anders dan wij volwassenen dat doen. Zorg voor goede begeleiding als iemand overlijdt, zodat iedereen op zijn of haar manier kan rouwen.