Tagarchief: twinkel

Twinkel Reisdagboek

De zomer komt er aan en wat is er dan leuker dan een Reisdagboek bijhouden van je belevenissen. Met ruimte voor:

  • Datum
  • Je top drie van die dag
  • Het weer
  • en ruimte om je belevenissen op te schrijven.

Veel plezier!

 

Reisdagboek

Advertenties

Durf jij?

Ooit iets gedaan, waarvan je later denkt, Nee?! Ooit iets gedaan, wat je niet durft, maar als je het dan toch doet? Het gevoel wat je daarna krijgt als je het toch doet…..onbeschrijfbaar. Compleet uit je comfortzone stappen door iets te doen, wat je niet verwacht van jezelf. Je eigen veiligheid overboord gooien en de sprong wagen? Dat heb ik gedaan.

Het was witte donderdag. Op het terrein van Paaspop waren we voor een congres. We kregen een masterclass van Leon van der Zanden, die cabaretier inderdaad. De masterclass ging over in je kracht staan. Hoe je een groep echt kan raken, contact maken met de groep op een echte manier. Je leert eerst hoe het is om je kwetsbaar te voelen voor een groep en daarna maak  je echt contact met die groep en sta je in je kracht.

De theatertent was redelijk gevuld. Zo’n 450 mensen zaten er. De andere 450 waren bezig met workshops. Leon vroeg vrijwilligers om op het podium te komen. Na zijn vraag werd het stil. Niemand kwam. Hij herhaalde zijn vraag.
Op dat moment dacht ik, “Ach het is ook zo vervelend voor hem als er niemand komt, dus laat ik dan maar gaan”. Met mij waren er nog twee die het durfden. Dus wij naar het podium. De trap op en daar stonden we. Hij gaf me een hand en ik stelde me voor. Net als de rest. Ik mocht als eerste. Een beetje ongemakkelijk maakte ik een flauw grapje toen hij vroeg of ik ooit voor zo’n grote groep had gestaan. Ik ze:”voor nog veel grotere”. Niet helemaal gelogen, maar goed.
Leon stelde mij de vraag, waar hou jij van. Terwijl ik die vraag ging beantwoorden, was het de bedoeling dat ik contact maakte met de groep,  maar ik moest me wel kwetsbaar opstellen. Ik vertelde dat ik heel veel van mijn kinderen en mijn man houd, maar dat ik ook heel veel houd van mijn baan als kinder-en jongerencoach, waar ik kinderen hun Twinkel geef. Met die twinkel bedoel ik dan je zelfvertrouwen. Ik praatte makkelijk en vlot. Maakte wel wat contact met de zaal. Toen ik klaar was. Gaf Leon aan dat het goed was,maar dat hij nog iets miste. Hij zag nog wat spanning tussen mijn knieën en enkels. Wat zorgde er nu voor dat dit was waar ik zo van hield?
Ik begreep wat hij bedoelde. Er is altijd een bepaalde veiligheid in dit verhaal. Een stukje waarom ik dit doe, deel ik niet makkelijk. Dat stukje van mezelf is niet voor iedereen, maar dat stukje was nodig om echt contact te maken. Ik moest me kwetsbaar opstellen. Dus daar op dat podium deelde ik mijn verhaal.
Dat ik op mijn zevende mijn vader verloor, op mijn elfde mijn moeder en dat ik een wees werd. Wees zijn is niet goed voor je zelfvertrouwen, zeker niet als je veiligheid daarna compleet weg is en mensen je vertrouwen keer op keer beschamen. Dat is de reden dat ik dit werk doe. Omdat elk kind dat stukje verdient. Die twinkel, dat jij er mag zijn, om wie je bent. Dat je blij bent met wie je bent.
Het was duidelijk dat ik contact maakte met de zaal. Het applaus was verwarmend. Ik mocht gaan zitten. Later die dag spraken mensen me aan, vertelden me dat ik dapper was. dat ik ze geraakt had, dat ze en traantje weg moesten pinken. Ik voelde me een beetje ongemakkelijk. was het nou wel zo verstandig geweest dit te delen met deze mensen? Maar ik voelde me ook krachtiger. Je kwetsbaar opstellen vraagt moed, kracht, meer kracht dan het verbergen of je sterker voordoen dan je bent. Dat is wat ik geleerd heb en  ik durfde. Durf jij?soms-moet-je-gewoon-dapper-zijn

Nieuw jaar, nieuwe twinkels

Een nieuw jaar, nieuwe voornemens, nieuwe ronde, nieuwe kansen. Waarom hebben we allemaal  de behoefte aan opnieuw beginnen, een nieuwe start maken. Waarom is het zo fijn om opnieuw te beginnen, met een schone lei?

Ik heb niet zo veel met oud en nieuw. Om eerlijk te zijn vind ik oudjaar een van de langste avonden van het jaar. Ook nieuwjaarsdag heeft niet veel charme voor me, maar toch ergens kriebelt het. Als ik op 1 januari de kerstboom uit de woonkamer verwijder, samen met alle kerstversieringen, krijg ik de kriebels. De opruimkriebels en krijg ik de neiging om alles op te ruimen. Maak ik to-do lijstjes in mijn nieuwe agenda, met alle dingen die ik dit jaar echt wil doen en het liefst allemaal in januari. Zet ik de ramen open om letterlijk een frisse wind door het huis te laten waaien.

Elk jaar is het weer heerlijk om in januari het huis te poetsen, op te ruimen, kerstspullen weg te halen, kerstboom er uit, frisse wind door het huis te laten waaien, fotoalbums van het afgelopen jaar te maken, administratie af te sluiten en weer een nieuwe map voor het nieuwe jaar te maken en een grote bos lentebloemen in huis te halen.

Januari betekent weer een jaartje ouder, aangezien ik in die maand jarig ben,maar ook dat in de verte de lente er weer aan komt. Je weer plannen kan maken voor het voorjaar en de zomer. Ik ben niet anders dan anderen, ook ik wil graag weer opnieuw beginnen, dingen veranderen, verbeteren, meer genieten, geduldiger zijn, meer tijd voor mezelf nemen, liever zijn voor mezelf, minder moeten. Een nieuw jaar geeft je die heerlijk eerste lege pagina van een nieuwe agenda, een leeg schrift een ongelezen boek. Het is aan jou om die te vullen met allerlei twinkels.

Wat is jouw grens?


Een regelmatig terugkerend onderdeel bij veel sessies is het aangeven van je grenzen. Hoe doe je dat? Veel kinderen, jongeren maar zeker ook ouders vinden dat moeilijk. En als een ouder dit al moeilijk vindt, hoe moeilijk is het dan voor het kind? Maar wat is een grens? Wat is jouw grens? Hoe herken je jouw grens? 

Bij kinderen en jongeren komen we al snel tot het antwoord; een lijn tussen twee landen of een lijn tussen twee provincies. Een lijn die  je niet altijd kan zien. Op de vraag:”Heb jij ook een grens?”, kijken ze meestal even bedenkelijk. Sommigen zeggen aarzelend ja of ik weet het niet.

Met bedrukt schilderstape plak ik een streep op de vloer. “Dit is jouw grens”, zeg ik dan. Ze lopen meteen naar de lijn. Als ik vervolg met: “Jij mag over deze grens, maar ik niet.”Zie je dat sommige bedenkelijk kijken en een stap naar achteren doen. Anderen gaan met armen over elkaar staan of in vechthouding van kom maar op. En je hebt ook een groep dat het liefst meteen al weg wil lopen en aarzelend zegt:”Van mij mag je er wel overheen hoor”.samen-ster

Vluchten, vechten of blijven staan. Dat zijn de reacties die je krijgt te zien in al zijn gradaties. Zeker als ik echt probeer over de lijn te stappen zie je deze reacties nog sterker tevoorschijn komen.

Na deze confrontatie met een harde grens, een zichtbare grens. Laat ik ze ervaren wat een grens voelen is, een onzichtbare grens. Allebei staan we aan een kant in de ruimte en lopen langzaam op elkaar af. Zodra je vindt dat het goed is stop je. de ander (in dit geval ik) loopt door tot het kind of jongere stop zegt. dan vraag i stap naar voren of naar achteren? Ik doe wat het kind vraagt. Ik geef met het afplaktape aan wat de afstand is tussen ons twee. Daarna doen we dezelfde oefening maar zodra het kind of de jongere stopt met lopen, sluit hij zijn ogen. Hij geeft aan wanneer het fijn voelt en niet meer fijn. dan vraag ik weer stap naar voren of achteren en voer dat uit. Ook die afstand maak ik zichtbaar met afplaktape. Als laatste laat ik het kind deze oefening met een van de ouders doen. Eerst met de ogen open, dan met de ogen dicht en daarna wisselen we van rol. de ouder zegt stop. Op die manier leert het kind dat iedereen zijn of haar eigen grens heeft. Zodra iemand over die grens gaat voel je dat, ook met je ogen dicht.

Deze ruimte maken we zichtbaar met een cirkel die het kind om zich heen legt met behulp van touw. Dit is de ruimte van het kind. de ruimte waar hij zich lekker voelt, waar het veilig is. Deze ruimte is van hem. Hij bepaalt wat daar gebeurt. Wie deze ruimte mag betreden of niet. Of dat nu echt betreden is of door te schreeuwen of op een andere manier is.

Het kind of jongere gaat in de cirkel van touw staan. stevig staan. In de cirkel kan je veilig ademen in en uit. Zodra het kind goed stevig staat en ontspannen is. Beweeg ik met mijn voet of hand het touw naar binnen en let op de reactie. Als het kan zet ik een stap in de cirkel en let dan weer op de reactie. De reactie bespreken we. wat ging goed? Wat zou je willen leren? Dat gaan we oefenen.

De grens tussen ouder en kind kan je duidelijk maken met een lijn van afplaktape of twee touwcirkels waar ouder en kind in gaan staan. Wat gebeurt er als kind in de cirkel  of over grens van ouder heen stapt en andersom. Vaak zie je het spreekwoordelijke lampje gaan branden als ze voelen hoe dat is. Nog nooit zijn ze zich zo bewust geweest van het feit dat je over iemand zijn spreekwoordelijke lijn gaat en hoe dat voelt voor jezelf, maar ook voor die ander.

Ook in een klas kan je dit ook heel mooi zichtbaar maken als er kinderen last hebben van elkaar. Wat is iedereen zijn of haar grens? Door te voelen en ervaren wordt het begrip voor elkaars grens groter.  Maar ook je eigen grenzen leer je beter te begrijpen en te voelen. Grenzen worden bepaald door je gevoel en het is belangrijk dat je daar naar luistert. Ga maar eens op zoek wat jouw grens is en hoe jij deze bewaakt. Ik hoor het graag.

 

 

 

Laat het gaan!

Het liedje “Laat het gaan” hebben we vaak genoeg gehoord. Maar de boodschap klopt wel. Soms gaan dingen niet zoals je van tevoren bedacht had. Zitten dingen tegen en daar kan je verdrietig of boos om worden. Soms is het goed om dingen te laten gaan. Het los te laten. Blijf er niet in hangen, maar laat het gaan. Soms gaan dingen zoals ze gaan en kan je er geen invloed op uit oefenen. Dat kan voor frustratie zorgen, zeker ook bij kinderen. Door het los te laten kan je verder en blijf je niet in het gevoel hangen.

Dit kan op verschillende manieren. Ga eens bellen blazen. Op die manier blaas je letterlijk al die niet helpende gedachten weg.

Schrijf je gevoelens op een ballon of op een vlieger en laat de ballonnen of vlieger de lucht in.

Teken ballonnen of een vlieger. Laat het kind daar de dingen in schrijven of tekenen, waardoor ze boosheid of frustratie voelen. Laat de ballonnen of vlieger de lucht in gaan, door ze weg te gooien of te verbranden.

Leg uit dat loslaten of laat het gaan niet betekent dat ze deze gevoelens moeten negeren. Dat is iets anders. Je gevoelens hoef je niet te negeren. Je gevoel mag er zijn. Het gaat er om dat je naar dat gevoel mag kijken, zonder dat dat gevoel jouw gedrag bepaalt. Je hoeft niet boos te worden dat dat gevoel er is. Het gevoel bepaalt ook niet hoe jij doet. Dat gevoel is niet de baas over jou. Jij bent de baas over jouw gevoel. Maar soms is het goed om die gevoelens van boosheid en frustratie te laten gaan, ze los te laten, zodat jij je beter gaat voelen. Het is jouw keuze.

Huppelen

Onlangs was er een item op de radio wat ging over huppelen. De vraag was of je ooit iemand boos had zien huppelen? Nee?! Ik ook niet. Als ik een kind over straat zie huppelen of een moeder met haar kind zie huppelen over het schoolplein, krijg ik meestal een glimlach op mijn gezicht. Je huppelt als je blij bent en van huppelen word je blij.

Dus toen mijn zoon boos thuis kwam, omdat een klasgenoot het weer eens nodig vond hem  met een of ander scheldwoord te betitelen en hij behoorlijk boos begon te schreeuwen dat hij er klaar mee was. Zei ik heel kalm: “Ik ook!. Zullen we huppelen?”

Hij keek me met open mond aan. Even dacht ik dat hij nog bozer’ zou worden, maar opeens zag ik iets in zijn houding veranderen. “Huppelen?!”, vroeg hij, “Ik ga toch niet huppelen, hoe kom je daar nou bij?”.  Ik antwoordde kalm:”Heb jij wel eens iemand boos zien huppelen?”Zijn antwoord was meteen heel stellig: “Nee!”.

Waarop ik zei: “Nou dan kan je net zo goed huppelen als je boos bent, dan zakt de boosheid het snelst.” Hij keek me even aan of ik gek geworden was. Zuchtte diep, haalde zijn schouders op en pakte mijn uitgestoken hand. En we huppelden door ons huis. De boosheid verdween.

Dus de ideale oplossing voor  als je boos bent….Ja,  echt huppelen!

Mama, hoe voelt het als je als kind je ouders verliest?

“Mama, hoe voelt het als je als kind je ouders verliest?”

Mijn zoon van 10 kijkt me vragend aan? Ik slik. Wat moet ik nu antwoorden? Zal ik wel antwoorden? Wat kan ik wel en niet zeggen? Heel veel dingen en vragen duizelen in mijn hoofd.

Mijn stem klinkt kalm als ik zeg: ”Dat voelt alsof je alle veiligheid verliest die je kent. Dat de mensen waarvan je weet dat die altijd van je houden weg zijn en er nu niemand meer is die zoveel van je houdt en dat onvoorwaardelijk doet. Je voelt je niet meer veilig. Je mist armen om je heen die je troosten, knuffelen. Je hebt niemand meer die jou kent van je geboorte af. Die om jouw grapjes lacht, die met jou herinneringen ophaalt of je dingen vertelt over jezelf. Niemand die weet wat je eerste woordjes zijn, welke ziektes je wel en niet hebt gehad. Je veiligheid en zekerheid zijn weg. Je vertrouwen is weg. Je voelt je alleen, ontheemd, verdrietig, bang. Je geloof in sprookjes, magie, liefde, voor altijd en eeuwig is vernietigd. Je wilt sterk zijn als mensen zich afvragen of je niet moet huilen en huilen als mensen zeggen dat je zo sterk bent. Je voelt je altijd onbegrepen en je voelt je niet meer thuis. Je wil niet anders zijn dan anderen, maar dat ben je wel. Je hoort nergens meer bij. Alleen zijn drukt nog voorzichtig uit, hoe dat voelt. Je voelt je eenzaam, hartverscheurend alleen en verlaten, verloren.” Inmiddels klinkt mijn stem niet meer klam, maar rollen de tranen over mijn wangen en hoor je de emotie in mijn stem. Hij kijkt me met zijn betraande ogen aan en knuffelt me. “Mam, wat ben ik blij dat ik jullie nog heb, zo wil geen enkel kind zich voelen.”

“Nee schat”, antwoord ik, “zo wil geen enkel kind zich voelen”.