Tagarchief: zelfvertrouwen

Twinkel Reisdagboek

De zomer komt er aan en wat is er dan leuker dan een Reisdagboek bijhouden van je belevenissen. Met ruimte voor:

  • Datum
  • Je top drie van die dag
  • Het weer
  • en ruimte om je belevenissen op te schrijven.

Veel plezier!

 

Reisdagboek

Advertenties

Wat is jouw grens?


Een regelmatig terugkerend onderdeel bij veel sessies is het aangeven van je grenzen. Hoe doe je dat? Veel kinderen, jongeren maar zeker ook ouders vinden dat moeilijk. En als een ouder dit al moeilijk vindt, hoe moeilijk is het dan voor het kind? Maar wat is een grens? Wat is jouw grens? Hoe herken je jouw grens? 

Bij kinderen en jongeren komen we al snel tot het antwoord; een lijn tussen twee landen of een lijn tussen twee provincies. Een lijn die  je niet altijd kan zien. Op de vraag:”Heb jij ook een grens?”, kijken ze meestal even bedenkelijk. Sommigen zeggen aarzelend ja of ik weet het niet.

Met bedrukt schilderstape plak ik een streep op de vloer. “Dit is jouw grens”, zeg ik dan. Ze lopen meteen naar de lijn. Als ik vervolg met: “Jij mag over deze grens, maar ik niet.”Zie je dat sommige bedenkelijk kijken en een stap naar achteren doen. Anderen gaan met armen over elkaar staan of in vechthouding van kom maar op. En je hebt ook een groep dat het liefst meteen al weg wil lopen en aarzelend zegt:”Van mij mag je er wel overheen hoor”.samen-ster

Vluchten, vechten of blijven staan. Dat zijn de reacties die je krijgt te zien in al zijn gradaties. Zeker als ik echt probeer over de lijn te stappen zie je deze reacties nog sterker tevoorschijn komen.

Na deze confrontatie met een harde grens, een zichtbare grens. Laat ik ze ervaren wat een grens voelen is, een onzichtbare grens. Allebei staan we aan een kant in de ruimte en lopen langzaam op elkaar af. Zodra je vindt dat het goed is stop je. de ander (in dit geval ik) loopt door tot het kind of jongere stop zegt. dan vraag i stap naar voren of naar achteren? Ik doe wat het kind vraagt. Ik geef met het afplaktape aan wat de afstand is tussen ons twee. Daarna doen we dezelfde oefening maar zodra het kind of de jongere stopt met lopen, sluit hij zijn ogen. Hij geeft aan wanneer het fijn voelt en niet meer fijn. dan vraag ik weer stap naar voren of achteren en voer dat uit. Ook die afstand maak ik zichtbaar met afplaktape. Als laatste laat ik het kind deze oefening met een van de ouders doen. Eerst met de ogen open, dan met de ogen dicht en daarna wisselen we van rol. de ouder zegt stop. Op die manier leert het kind dat iedereen zijn of haar eigen grens heeft. Zodra iemand over die grens gaat voel je dat, ook met je ogen dicht.

Deze ruimte maken we zichtbaar met een cirkel die het kind om zich heen legt met behulp van touw. Dit is de ruimte van het kind. de ruimte waar hij zich lekker voelt, waar het veilig is. Deze ruimte is van hem. Hij bepaalt wat daar gebeurt. Wie deze ruimte mag betreden of niet. Of dat nu echt betreden is of door te schreeuwen of op een andere manier is.

Het kind of jongere gaat in de cirkel van touw staan. stevig staan. In de cirkel kan je veilig ademen in en uit. Zodra het kind goed stevig staat en ontspannen is. Beweeg ik met mijn voet of hand het touw naar binnen en let op de reactie. Als het kan zet ik een stap in de cirkel en let dan weer op de reactie. De reactie bespreken we. wat ging goed? Wat zou je willen leren? Dat gaan we oefenen.

De grens tussen ouder en kind kan je duidelijk maken met een lijn van afplaktape of twee touwcirkels waar ouder en kind in gaan staan. Wat gebeurt er als kind in de cirkel  of over grens van ouder heen stapt en andersom. Vaak zie je het spreekwoordelijke lampje gaan branden als ze voelen hoe dat is. Nog nooit zijn ze zich zo bewust geweest van het feit dat je over iemand zijn spreekwoordelijke lijn gaat en hoe dat voelt voor jezelf, maar ook voor die ander.

Ook in een klas kan je dit ook heel mooi zichtbaar maken als er kinderen last hebben van elkaar. Wat is iedereen zijn of haar grens? Door te voelen en ervaren wordt het begrip voor elkaars grens groter.  Maar ook je eigen grenzen leer je beter te begrijpen en te voelen. Grenzen worden bepaald door je gevoel en het is belangrijk dat je daar naar luistert. Ga maar eens op zoek wat jouw grens is en hoe jij deze bewaakt. Ik hoor het graag.

 

 

 

Laat het gaan!

Het liedje “Laat het gaan” hebben we vaak genoeg gehoord. Maar de boodschap klopt wel. Soms gaan dingen niet zoals je van tevoren bedacht had. Zitten dingen tegen en daar kan je verdrietig of boos om worden. Soms is het goed om dingen te laten gaan. Het los te laten. Blijf er niet in hangen, maar laat het gaan. Soms gaan dingen zoals ze gaan en kan je er geen invloed op uit oefenen. Dat kan voor frustratie zorgen, zeker ook bij kinderen. Door het los te laten kan je verder en blijf je niet in het gevoel hangen.

Dit kan op verschillende manieren. Ga eens bellen blazen. Op die manier blaas je letterlijk al die niet helpende gedachten weg.

Schrijf je gevoelens op een ballon of op een vlieger en laat de ballonnen of vlieger de lucht in.

Teken ballonnen of een vlieger. Laat het kind daar de dingen in schrijven of tekenen, waardoor ze boosheid of frustratie voelen. Laat de ballonnen of vlieger de lucht in gaan, door ze weg te gooien of te verbranden.

Leg uit dat loslaten of laat het gaan niet betekent dat ze deze gevoelens moeten negeren. Dat is iets anders. Je gevoelens hoef je niet te negeren. Je gevoel mag er zijn. Het gaat er om dat je naar dat gevoel mag kijken, zonder dat dat gevoel jouw gedrag bepaalt. Je hoeft niet boos te worden dat dat gevoel er is. Het gevoel bepaalt ook niet hoe jij doet. Dat gevoel is niet de baas over jou. Jij bent de baas over jouw gevoel. Maar soms is het goed om die gevoelens van boosheid en frustratie te laten gaan, ze los te laten, zodat jij je beter gaat voelen. Het is jouw keuze.

Huppelen

Onlangs was er een item op de radio wat ging over huppelen. De vraag was of je ooit iemand boos had zien huppelen? Nee?! Ik ook niet. Als ik een kind over straat zie huppelen of een moeder met haar kind zie huppelen over het schoolplein, krijg ik meestal een glimlach op mijn gezicht. Je huppelt als je blij bent en van huppelen word je blij.

Dus toen mijn zoon boos thuis kwam, omdat een klasgenoot het weer eens nodig vond hem  met een of ander scheldwoord te betitelen en hij behoorlijk boos begon te schreeuwen dat hij er klaar mee was. Zei ik heel kalm: “Ik ook!. Zullen we huppelen?”

Hij keek me met open mond aan. Even dacht ik dat hij nog bozer’ zou worden, maar opeens zag ik iets in zijn houding veranderen. “Huppelen?!”, vroeg hij, “Ik ga toch niet huppelen, hoe kom je daar nou bij?”.  Ik antwoordde kalm:”Heb jij wel eens iemand boos zien huppelen?”Zijn antwoord was meteen heel stellig: “Nee!”.

Waarop ik zei: “Nou dan kan je net zo goed huppelen als je boos bent, dan zakt de boosheid het snelst.” Hij keek me even aan of ik gek geworden was. Zuchtte diep, haalde zijn schouders op en pakte mijn uitgestoken hand. En we huppelden door ons huis. De boosheid verdween.

Dus de ideale oplossing voor  als je boos bent….Ja,  echt huppelen!

Grenzen stellen

Duidelijke grenzen geven een kind zekerheid. Daar voelt hij of zij zich beter bij en daar functioneert hij ook beter op. Dat draagt dus bij aan het zelfvertrouwen. Het is dus belangrijk de grenzen duidelijk en helder aan te geven. Vergeet niet dat nee ook een antwoord is.

Lastig of vervelend gedrag van een kind heeft een oorzaak. Er zit een behoefte, wens, verlangen of emotie achter. Het is een roep om aandacht. Kijk goed naar je kind. Onacceptabel gedrag hoef je niet te accepteren en mag je corrigeren. Dat kan  op een positieve manier.”Je slaat je broer, dat doet pijn. Wij doen elkaar geen pijn. Als je het ergens niet mee eens bent, dan zeg je dat met woorden”.
Als jij dit zo doet, zal je zien dat kinderen het na gaan doen.

Spreek een kind altijd aan op zijn gedrag en niet op de persoon!!
Wat hij doet is fout, niet hijzelf, dus zeg: “Jij doet nu gemeen in plaats van jij bent gemeen”.
Laat oudere kinderen zelf meedenken over een consequentie. Zoals welke afspraken horen bij gezellig eten aan tafel of op tijd in bed liggen? Laat ze ook meedenken over de consequenties als ze de afspraken niet nakomen.

Draai de rollen eens om. Vraag aan ze hoe zij het zouden vinden als jij dat zou doen. Of als een vriend of vriendin  dat bij hem of haar zou doen. Vaak als ze zich verplaatsen in de ander, merk je dat er meer begrip is. dat ze de grens beter begrijpen en serieus nemen. Probeer het maar eens.

Opvoedtip

Schrijf elke dag drie positieve dingen in een schrift. Een knuffel van je kind, een compliment, dat lekkere broodje, die glimlach of knipoog.
Het mag van alles zijn. Kleine dingen die je blij maken.
Doe het zelf en doe het met je kind.
Laat hem of haar drie positieve dingen opschrijven en bespreek ze met hem of haar aan het eind van de dag.
Na een tijdje merk je dat je elke dag op een positieve manier eindigt.

Daarnaast zorg je ervoor dat je aan de leuke dingen denkt en die ook benadrukt, zodat de minder leuke dingen naar de achtergrond verdwijnen. Je kind leert op die manier de dag positief te eindigen.  Je kind leert kleine dingen meer te waarderen en onthoudt de leuke dingen beter dan de minder leuke dingen van die dag.

Cadeautje voor jou!

Nnee is ook een antwoordee zeggen mag, maar is soms zo moeilijk. Om je er aan te herinneren dat je nee mag zeggen deze poster voor jou!

Print hem uit, hang hem op en zeg af en toe eens nee. Als het lukt, voelt dat zo goed, echt!!!! En hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt.

Nee is ook een antwoord poster.